De dagen worden merkbaar korter en hopelijk heb je alle belangrijke werkzaamheden aan de bijen kunnen uitvoeren om de voorwaarden te creëren voor een veilige en bij voorkeur verliesvrije overwintering. Voor ons imkers breekt nu de periode aan waarin we afzien van volkcontroles en observaties van de vliegopening. Ook is dit het moment om de planning voor het komende bijenseizoen te maken. Wil je het aantal bijenvolken uitbreiden, nieuwe bijenkasten aanschaffen of de genetica op de stand verbeteren met een aangekochte zuiver geteelde bijenkoningin? Nu is er voldoende tijd om hierover rustig na te denken en passende stappen te ondernemen. Uiteraard staan wij je graag bij met vragen over de aankoop van bijenkoninginnen, bijenvolken, kunstzwermen of bijenkasten.
Hoeveel voer zit er in het bijenvolk? Bijenvoer controleren en aanvullen
Onder normale omstandigheden zou je eind september / begin oktober klaar moeten zijn met het voeren van de bijen met siroop, voerdeeg, suikerwater of honing. Twijfel je of er voldoende voer in het volk aanwezig is? Op een dag met temperaturen boven de 12°C en zonneschijn is het een goed moment om de hoeveelheid voer in het volk in te schatten. Globaal geldt dat een volledig verzegelde DNM-raam circa 2 kilogram weegt, een Zander-raam 2,5 kilogram en een Dadant-raam 3,5 kilogram. Loop alle ramen langs en tel de waarden bij elkaar op. Om veilig te zitten wordt voor een productief volk minimaal 15 kilogram opgeslagen voer aanbevolen. Zit je duidelijk onder deze waarde, dan is een noodvoeding ook in november nog zinvol. In dat geval ben je afhankelijk van het weer: hoe warmer het is, hoe makkelijker de bijen het voer opnemen. Bij mildere temperaturen kun je vloeibaar voer geven met behulp van een voerbak. Plaats deze direct bij de bijenzit om de opname zo eenvoudig mogelijk te maken. Zijn de temperaturen al te laag en wordt de siroop niet meer opgenomen, dan kun je ook voerdeeg gebruiken als noodoplossing. Plaats hiervoor een lege broedbak op het volk, snijd een opening in het voerdeeg en geef met een smoker of imkerpijp een stevige rookstoot op de bijenmassa. Leg vervolgens het voerdeeg met de opening in de folie direct op de bijenzit. Door de folie droogt het voerdeeg niet uit en hoeven de bijen geen water van buiten te halen voor de verwerking.

Waarom nemen mijn bijen geen voer meer op? Varroabesmetting in november
Zoals eerder beschreven speelt de buitentemperatuur een zeer belangrijke rol bij de voeropname. Hoe kouder de temperaturen worden, hoe minder voer de bijen opnemen. Ook de grootte van het bijenvolk speelt hierbij een belangrijke rol. Ik hanteer zelf de methode om het voer in kleine porties te geven. Deze porties van twee tot drie kilogram siroop worden door normaal sterke volken binnen één tot drie dagen verwerkt. Een andere reden voor het niet opnemen van voer kan een hoge varroadruk zijn. Bij sterk met varroamijten besmette volken zie ik vaak ook meer verdronken bijen in de siroop. Daarom is het in deze periode essentieel om naast de voercontrole ook de natuurlijke mijtenval te controleren. Idealiter ligt de dagelijkse varroaval in november rond nul. Vallen er duidelijk meer dan één mijt per dag, dan is een aanvullende behandeling, bijvoorbeeld met melkzuur, of een winterbehandeling via oxaalzuurdruppelen aan te raden. In zo’n geval is het eveneens verstandig om eventueel aanwezige ramen met kleine broedoppervlakken te verwijderen. Dit is ook een aanwijzing dat je in het volgende jaar de voorbehandeling zorgvuldiger moet uitvoeren. De komende winterperiode leent zich uitstekend voor het lezen van vakliteratuur voor imkers, zoals het boek van Dr. Wolfgang Ritter: „Bijenziekten“. Ook veel bijeninstituten bieden op hun websites informatiemateriaal aan om de varroabehandeling te optimaliseren.
Zijn mijn bijenvolken in november al broedvrij?
Vooral in randgebieden en bergachtige regio’s kan het voorkomen dat er in november al strenge nachtvorst optreedt. Let daarom goed op de weersverwachting om het juiste moment voor de winterbehandeling te bepalen. Na de eerste stevige nachtvorst zijn bijen doorgaans ongeveer drie weken later broedvrij en kan een zeer effectieve restontmijting worden uitgevoerd. Zoals bekend is imkerij sterk afhankelijk van het weer. Het kan daarom lonen om eigen weersregistraties bij te houden en verschillende jaren met elkaar te vergelijken. Dankzij digitalisering zijn er tal van oplossingen beschikbaar om weersgegevens en andere data vast te leggen en te analyseren. Met moderne kastweegschalen kun je het gewicht van de bijenkast op elk moment via je mobiele telefoon volgen. Alternatief kan een camera bij de vliegopening inzicht geven in de toestand van het bijenvolk, ook op afstand. Naast commerciële oplossingen bestaan er ook talrijke doe-het-zelfoplossingen die je met eigen creativiteit kunt aanpassen of uitbreiden.
Oxaalzuurbehandeling in november – wat zijn de voorwaarden?
Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen bijenvolken eind november al broedvrij zijn. Dit maakt een zeer effectieve oxaalzuurbehandeling mogelijk. In tegenstelling tot de zomerbehandeling wordt oxaalzuur in de winter niet verneveld, maar in de straatjes gedruppeld. Hiervoor schaf je het beste een oxaalzuurproduct aan bij de vakhandel en volg je de gebruiksaanwijzing. Voor buitenstanden is het aan te raden de oxaalzuuroplossing vooraf te mengen en te vervoeren in een koelbox met een warmwaterkruik, zodat de oplossing bij het druppelen nog handwarm is. Per bezette straat wordt 5 ml oplossing gedruppeld. Voor controle van het succes is het aan te raden een varroalade te plaatsen. Een hoge mijtenval betekent niet per se dat de nazomerbehandeling slecht was, maar juist dat de winterbehandeling goed heeft gewerkt. Steeds vaker overwinteren imkers hun volken met een gesloten bodem. In het maandrapport december gaan we uitgebreid in op de voor- en nadelen van deze overwinteringsmethode.

Hoeveel dode bijen in november is normaal?
Afhankelijk van het aantal vliegdagen in november kan zich al dode bijenval op de bodem ophopen. In de regel ruimen de bijen dit zelf op, waardoor ingrijpen niet nodig is. Pas in het vroege voorjaar is het aan te raden de bodem grondig te reinigen. Let er wel op dat de vliegopening niet verstopt raakt door dode bijen. Is dat wel het geval, grijp dan in en reinig de bodem zo snel mogelijk.
Hoe sterk moeten bijenvolken in november zijn?
Om een bijenvolk veilig door de winter te krijgen, wordt een volkssterkte van meer dan 5.000 bijen aanbevolen. Door de weersschommelingen van de afgelopen jaren is het zelfs verstandig om met nog sterkere volken te overwinteren. Mijn imkervader zei ooit: “Hoe sterker een volk wordt ingewinterd, hoe sterker het ook weer uitwintert.” Waarom wij als imkers een sterk uitwinterend volk willen, spreekt voor zich. In de afgelopen jaren begon de voorjaarsbloei vaak vroeg, terwijl veel volken nog in opbouw waren. Sterke volken beschikken dan over voldoende vliegbijen om de dracht tenminste gedeeltelijk te benutten. Ontdek je eind oktober / begin november nog zwakke volken, dan is samenvoegen aan te raden. Van een zwak ingewinterd volk is in het voorjaar doorgaans geen oogst te verwachten.

Muisrooster plaatsen beschermt tegen ongewenste gasten
Als dit nog niet is gebeurd, plaats dan een muisrooster bij de vliegopening, zodat veldmuizen en andere kleine dieren geen kans krijgen zich in de kast te nestelen. Zulke indringers veroorzaken onrust en kunnen de bijen ernstig verstoren. Dit leidt tot een verhoogd voerverbruik en vervuiling van de kast door muizenuitwerpselen. Naast een fijnmazig rooster kun je ook speciale vliegopeningwiggen gebruiken die muizen de toegang verhinderen. In sommige regio’s moeten bijenkasten ook tegen spechten worden beschermd, die met vuistgrote gaten grote schade kunnen aanrichten. Ook hier helpt alleen bescherming met gaas, zodat de spechten het hout niet bereiken. Spechtschade kan enorme gevolgen hebben voor de imkerij en de overwintering van de bijen ernstig verstoren. Daarnaast zorgt deze schade voor veel extra werk doordat gaten in houten of piepschuimkasten moeten worden hersteld.
Imkerij aanpassen aan klimatologische veranderingen
Zoals eerder genoemd is het voor imkers belangrijk om klimaatveranderingen correct te beoordelen. Bestudeer weerkaarten, voorspellingen en registraties en vertrouw daarbij niet op slechts één aanbieder. Er zijn tal van gratis bronnen beschikbaar, van de Duitse weerdienst tot OpenWeatherMap en diverse betaalde aanbieders. Noteer belangrijke gegevens zoals de eerste vorst of langere vorstperiodes. Met deze gegevens kun je later conclusies trekken over waarom bijenvolken goed of juist slecht zijn overwinterd. Dit zal er onvermijdelijk toe leiden dat bedrijfswijzen moeten worden aangepast. Bij de keuze van bijenkoninginnen moet kwaliteit voorop staan en ook gecontroleerd worden. In een van de volgende bijdragen gaan we hier dieper op in en geven we verdere inzichten in de genetische voorwaarden voor de teelt van bijenkoninginnen.
Materiaal controleren en nieuw kastmateriaal bestellen
Na het seizoen is vóór het seizoen. Dat betekent dat in november en december het aanwezige imkermateriaal wordt gecontroleerd en indien nodig hersteld. Denk ook na over nieuwe aankopen van imkerbenodigdheden. Vooral de prijzen van bijenkasten en ander imkermateriaal stijgen momenteel door de gevolgen van corona en wereldwijde grondstoffenschaarste. Door nog in het oude jaar te bestellen, kun je mogelijk kosten besparen. Neem afscheid van oude kasten die geen rekening houden met de beespace. Je zult merken hoe veel eenvoudiger het werken aan de volken wordt. Overweeg ook om je materiaal te standaardiseren. Werk je met kasten van één fabrikant, dan voorkom je compatibiliteitsproblemen. Uit eigen ervaring met een mix van verschillende aanbieders kan ik dit afraden. Elk jaar opnieuw is het frustrerend wanneer door minimale maatverschillen veel wildbouw ontstaat die weer verwijderd moet worden.
De winter is scholingstijd in de imkerij
Gebruik de wintermaanden om je verder te scholen. Elk jaar verschijnen er tal van interessante nieuwe boeken die je imkerlijke horizon verbreden. Probeer imkerij in zijn geheel te zien en beperk je niet tot één bedrijfswijze. Verken verschillende thema’s en neem bruikbare informatie mee. In de wintermaanden worden door imkerverenigingen en -bonden vaak lezingen voor imkers georganiseerd met gerenommeerde sprekers. Ook is dit de tijd van kleine en grote imkerbeurzen, waar je gelijkgestemden ontmoet en nieuwe producten kunt bekijken. Zowel beginnende imkers als gevorderden zouden moeten investeren in bijscholing. Er zijn bijeninstituten en particuliere aanbieders die cursussen aanbieden over honing, bijenziekten, bedrijfsvoering of volkenvermeerdering. Aan het einde van dit artikel vind je een lijst van Duitse bijen- en onderzoeksinstituten. De investering in tijd en geld betaalt zich vaak snel terug, doordat je je werkwijze kunt optimaliseren en uiteindelijk meer tijd overhoudt om het vliegverkeer te observeren.
Vooruitblik op de maandelijkse bespreking bijenbehandeling in december
De komende koude periode is traditioneel een belangrijke verkoopperiode voor honing. We geven je praktische tips om je marketing te verbeteren en de honingverkoop te verhogen. Naast honing spelen ook bijproducten zoals was en propolis een steeds grotere rol in het imkerlijk dagelijks werk. In december staat ook de belangrijke winterbehandeling op de planning. We tonen de mogelijke behandelingsmethoden en geven aanvullende aandachtspunten. Zoals altijd horen we graag feedback en vragen van onze lezers, die we hier graag beantwoorden.
Lijst van Duitse bijeninstituten en onderzoeksinstellingen rondom bijen en imkerij, gesorteerd per deelstaat
Hier vind je een overzicht van alle bij ons bekende bijeninstituten en onderzoeksinstellingen met een focus op bijen of imkerij in Duitsland.
Bijeninstituten Baden-Württemberg
Chemisch en Veterinair Onderzoeksbureau Freiburg, Dierhygiëne
Dr. Manuel Tritschler
Am Moosweiher 2
79108 Freiburg
Tel: 07 61 / 1 50 2 - 0
Landesanstalt für Bienenkunde aan de Universiteit Hohenheim
Leiding: PD Dr. Peter Rosenkranz
Erna-Hruschka-Weg 6
70599 Stuttgart
Tel: 07 11 / 4 59 - 2 26 59
Bijeninstituten Beieren
Beierse Staatsinstelling voor Wijnbouw en Tuinbouw
Instituut voor Bijenkunde en Imkerij (IBI)
Leiding: Dr. Stefan Berg
An der Steige 15
97209 Veitshöchheim
Tel: 09 31 / 98 01 - 36 01
Universiteit Würzburg
Biozentrum, leerstoel Zoölogie II
Prof. Dr. Ricarda Scheiner
Am Hubland
97074 Würzburg
Tel.: 09 31 / 31 84 745
Bijeninstituut Berlijn
Vrije Universiteit Berlijn
Faculteit Veterinaire Biochemie
Prof. Dr. Dr. Ralf Einspanier
Oertzenweg 19 b
14163 Berlijn
Tel: 0 30 / 8 38 - 6 22 25
Bijeninstituut Brandenburg
Landelijk Instituut voor Bijenkunde Hohen Neuendorf e.V.
Leiding: Prof. Dr. Kaspar Bienefeld
Friedrich-Engels-Straße 32
16540 Hohen Neuendorf
Tel: 0 33 03 / 29 38 - 30
Bijeninstituut Bremen
Onderzoekscentrum voor Bijenkunde
Universiteit Bremen / Faculteit 2
Dr. Dorothea Brückner
Postbus 33 04 40
28334 Bremen
Tel: 04 21 / 2 18 - 34 59
Bijeninstituten Hessen
Landesbetrieb Landwirtschaft Hessen, Bijeninstituut
Leiding: Dr. Ralph Büchler
Erlenstr. 9
35274 Kirchhain
Tel: 0 64 22 / 9 40 60
Instituut voor Bijenkunde
Faculteit Biowetenschappen, Goethe-Universiteit Frankfurt am Main
Leiding: Prof. Dr. Bernd Grünewald
Karl-von-Frisch-Weg 2
61440 Oberursel
Tel: 0 61 71 / 2 12 78
Bijeninstituten Nedersaksen
Julius Kühn-Instituut,
Federaal Onderzoeksinstituut voor Cultuurgewassen
Instituut voor Bijenbescherming
Leiding: Dr. Jens Pistorius
Messeweg 11–12
38104 Braunschweig
Tel: 05 31 / 2 99 - 42 00
LAVES – Instituut voor Bijenkunde Celle
Leiding: Dr. Kirsten Traynor
Herzogin-Eleonore-Allee 5
29221 Celle
Tel: 0 51 41 / 5 93 87 - 10
Proefstation Fruitteelt van de Landbouwkamer Nedersaksen
Afdeling Bijenkunde: Dr. Wolfram Klein
Moorende 53
21635 Jork
Tel: 0 41 62 / 60 16 - 0
Bijeninstituten Noordrijn-Westfalen
INRES – Agro-ecologie en Biologische Landbouw – Universiteit Bonn
Dr. Andreé Hamm
Auf dem Hügel 6
53121 Bonn
Tel: 02 28 / 73 56 43
Landbouwkamer Noordrijn-Westfalen
Afdeling Bijenkunde
Leiding: Dr. Marika Harz
Nevinghoff 40
48147 Münster
Tel: 02 51 / 2 37 66 62
Bijeninstituut Rijnland-Palts
Dienstencentrum Westerwald-Osteifel
Expertisecentrum Bijen en Imkerij
Leiding: Dr. Christoph Otten
Im Bannen 38–54
56727 Mayen
Tel: 0 26 51 / 9 60 50
Bijeninstituut Saksen-Anhalt
Martin Luther Universiteit Halle-Wittenberg
Instituut voor Biologie / Afdeling Zoölogie
Prof. Dr. Robert Paxton
06099 Halle, Hoher Weg 8
Tel: 03 45 / 5 52 6451
Bijeninstituut Sleeswijk-Holstein
Imkerschool Sleeswijk-Holstein
Hamburger Straße 109
23795 Bad Segeberg
Tel: 0 45 51 / 24 36