Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie
 
Actuele aanbiedingen en acties
Wist je dat al? Nu ook betaling op rekening mogelijk

22-06-2022

Bienen Nummer

Zo zet je een nieuwe koningin in een bijenvolk

Inzetmethoden voor beroeps- en hobbyimkers

De koningin bepaalt het volk

Al in de basiscursus worden iedere imker de fundamenten voor een succesvolle imkerpraktijk bijgebracht. Daarbij staat vanaf het begin één ding buiten kijf: of je nu hobby- of beroepsimker bent – zonder een koningin werkt niets. Dat is weinig verrassend, aangezien de koningin de enige bij in het hele volk is die voor nageslacht kan zorgen. Door het leggen van eieren geeft de koningin bepaalde eigenschappen door aan het volk. Zo bepaalt de imker door de keuze van de juiste koningin bijvoorbeeld of een bijenvolk bijzonder raatvast is of hoge opbrengsten levert. Tegelijkertijd kunnen natuurlijk ook negatieve eigenschappen, zoals een verhoogde agressiviteit, aan het volk worden doorgegeven. De keuze van de juiste bijenkoningin bepaalt daarmee in hoge mate ook het werk en de benodigde inzet van de imker bij het betreffende bijenvolk.

Redenen om een nieuwe koningin in het volk in te zetten

Dat er een nieuwe koningin in een volk moet worden ingezet, is voor imkers helemaal niet ongebruikelijk. Een koningin heeft een levensduur van maximaal vijf jaar en doorgaans trekt het volk zelf een nieuwe koningin op. Toch maken verschillende omstandigheden het vaak noodzakelijk om een nieuwe koningin aan het volk toe te voegen. Dat kan bijvoorbeeld zijn:

- De huidige koningin bezit niet de eigenschappen die de imker verwacht. Daarom wordt de oude koningin verwijderd en wordt er een nieuwe koningin aan het volk toegevoegd.

- Door werkzaamheden van de imker aan de bijenkast (of door andere omstandigheden) is de koningin omgekomen. Het bijenvolk is dan koninginnenloos. In dat geval beschikt het volk momenteel over geen koningin en moet er een nieuwe worden toegevoegd.

Overigens: blijft een volk te lang zonder koningin, dan wordt het darrenbroedig. Het bijenvolk “benoemt” dan een gewone bij tot koningin. Deze kan echter alleen darrenbroed produceren. Omdat een nieuw toegezette koningin door het volk niet geaccepteerd zou worden en men de “valse koningin” door haar gelijke grootte niet kan vinden, blijft hier alleen de mogelijkheid over om het volk op te heffen.

De voorwaarden voor het inzetten van een koningin

Een koninginnenloos volk zomaar een koningin toevoegen heeft geen zin. In de praktijk zou de koningin binnen zeer korte tijd door het volk worden gedood en blijft het bijenvolk koninginnenloos. Er zijn daarom enkele voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat überhaupt een nieuwe koningin kan worden ingezet.

· Op het moment van toevoegen mag er geen koningin in het volk aanwezig zijn.

· Het volk moet worden gecontroleerd op koninginnencellen en noodcellen. Indien aanwezig, moeten deze vóór het toevoegen van de koningin worden verwijderd.

· Wordt een oude koningin door een nieuwe vervangen, dan moet de imker erop letten dat het volk slechts zo kort mogelijk koninginnenloos is.

De verschillende methoden om een nieuwe koningin aan een volk toe te voegen

In het algemeen bestaan er verschillende methoden om een nieuwe koningin aan een bijenvolk toe te voegen.

Vorming van afleggers

Een van de meest gangbare methoden die door vrijwel alle imkers wordt toegepast, is de vorming van afleggers.

Hierbij worden tijdens de broedperiode of vóór het begin van de zwermtijd enkele broedramen met bijen van het bestaande volk gescheiden. Idealiter zo ver verwijderd dat de vliegbijen niet terugkeren naar het oorspronkelijke volk en dus bij de aflegger blijven. De bijen van de aflegger gebruiken vervolgens het jonge broed in de broedramen om zelf een nieuwe koningin op te kweken.

Het nadeel van deze methode is onder omstandigheden dat de nieuwe koningin dezelfde eigenschappen heeft als de oude koningin. Is deze bijvoorbeeld zwermlustig, dan zal dat ook bij de nieuwe koningin en haar volk het geval zijn.

Om beter te kunnen bepalen welke eigenschappen een koningin – en daarmee het bijenvolk – moet hebben, wordt het volk daarom vaak van buitenaf voorzien van een nieuwe koningin met de gewenste eigenschappen.

Overlarfmethode

Een eveneens onder imkers gangbare methode is het overlarven. Daarbij worden jonge larven uit bevruchte eieren met behulp van een overlarflepel uit het volk genomen waarvan men de eigenschappen wil behouden. Vervolgens worden deze in kunstmatige koninginnencellen – de zogenoemde koninginnenschaaltjes – geplaatst. Omdat deze groter zijn dan de cellen van normale werkbijen, worden de larven in de koninginnenschaaltjes direct door het nieuwe volk als koninginnen opgefokt.

Er bestaan imkerverenigingen, zoals bijvoorbeeld de Imkervereniging Dissen, die hun leden eenmaal per jaar een zogenoemde overlarfdag aanbieden. Op deze dag kan teeltmateriaal met behulp van de overlarfmethode tussen imkers worden uitgewisseld. Koninginnenschaaltjes en overlarflepel zouden daarom tot de standaarduitrusting moeten behoren van iedere imker die zijn volken intensiever wil begeleiden en daarvoor specifieke eigenschappen in zijn bijenvolk nodig heeft.

Kooi-methode

Een methode die iets meer ervaring vereist, is de kooi-methode. Hierbij wordt een bevruchte koningin in een geschikte inzetkooi geplaatst en vervolgens tussen twee broedramen gehangen. De kooi beschermt de koningin de eerste dagen tegen het nieuwe volk, dat haar anders direct zou doden. Zo kan het volk wennen aan de geur van de nieuwe koningin. De imker moet de kooi nu tien dagen laten hangen en mag het volk gedurende deze tijd absoluut niet verstoren. Na afloop van deze periode controleert men bij voorkeur vroeg in de ochtend of de inzetkooi leeg is en of er al eieren in de raten aanwezig zijn. Daarbij is het belangrijk het volk zo min mogelijk te storen. Worden eieren in de raten aangetroffen, dan kan de bijenkast het beste direct weer worden gesloten en het volk de daaropvolgende tijd met rust worden gelaten.

Zoals reeds vermeld, vereist deze methode de nodige ervaring van de imker, omdat er gemakkelijk fouten kunnen worden gemaakt. Het voordeel is echter dat men als imker op deze manier ook hoogwaardige koninginnen voor zijn bijenvolk kan verkrijgen, wanneer men zelf of in de directe omgeving niet over geschikt teeltmateriaal beschikt.

Bijenhouderij op een nieuw niveau

Wanneer je aan de voorwaarden voor het inzetten van een koningin voldoet en kiest voor een van de verschillende inzetmethoden, heb je als imker de mogelijkheid om je bijenvolken te helpen zich optimaal te ontwikkelen. Met een beperkte hoeveelheid materiaal en wat basiskennis breng je als hobbyimker je favoriete bezigheid naar een volledig nieuw niveau. Je wordt nu niet alleen geconfronteerd met de ontwikkeling van je volken, maar kunt daar zelf actief en succesvol invloed op uitoefenen.