In Duitsland zijn er tal van bijensoorten – maar welke is geschikt voor imkers? Hier lees je welke verschillende soorten er zijn.
De wereld van wilde bijen en honingbijen
In de zomer hoor je ze zoemen en brommen terwijl ze ijverig van bloem naar bloem vliegen. Wat maar weinig mensen weten: niet elk vlijtig bijtje is ook een honingbij. Onder de vele gestreepte insecten bevinden zich namelijk talrijke wilde bijen. Deze nemen een belangrijke plaats in binnen het ecologische systeem, maar dienen de mens niet als honingleverancier. Om wat meer duidelijkheid te scheppen in de wereld van wilde bijen en honingbijen, stellen we hier de populairste honingbijensoorten onder imkers voor.
Wat zoemt daar eigenlijk?
In totaal zijn er negen verschillende honingbijensoorten bekend, waarvan er slechts één in Duitsland voorkomt. De overige acht leven in Aziatische gebieden. Dat hoeft echter geen reden tot jaloezie te zijn, want de westelijke honingbij kent veel ondersoorten die in Duitsland thuis zijn en in de imkerij prachtig vloeibaar goud produceren.
Aan deze honingbijen mogen honingliefhebbers hun dank betuigen
Wie zijn dagelijkse portie honing voor het ontbijt in de supermarkt koopt, staat er misschien zelden bij stil: de productie van honing vergt een enorme hoeveelheid werk, verricht door ontelbare kleine wezens. In Duitsland zijn dit vooral de volgende honingbijensoorten:
De Europese honingbij en haar ondersoorten
De Europese honingbij, onder kenners bekend als Apis mellifera Linnaeus, doet haar naam alle eer aan. Deze betekent zoveel als “de honingdragende” en omvat verschillende ondersoorten. Daartoe behoren onder andere de Carnica, de Ligustica, de Buckfast en de donkere Europese bij. Ze staan allemaal bekend als ijverige honingproducenten.
De donkere Europese bij
Dit is waarschijnlijk de ondersoort die het gemakkelijkst te herkennen is aan haar lichaamsbouw. Dit prachtige insect valt op door zijn opvallend brede lichaam en lange beharing. De hoge verdedigingsbereidheid, robuustheid en indrukwekkende vliegkracht hebben de donkere honingbij in het verleden al door een ernstige crisis geholpen. Ooit dreigden nieuwere bijenrassen, zoals de Carnica, haar te verdringen, maar gelukkig wist deze interessante vliesvleugel zich te handhaven, niet in de laatste plaats dankzij haar efficiënte omgang met voedselreserves.
De Karniolische bij (Carnica)
Apis mellifera carnica, in de volksmond ook wel Krainer- of Karniolische bij genoemd, is eveneens een ondersoort van de westelijke honingbij. In de bijenteelt behoort zij tot de populairste rassen en wordt door imkers meestal simpelweg Carnica genoemd. Terwijl zij in Duitsland tot de meest gehouden honingbijen behoort, is zij in andere Europese landen, zoals Oostenrijk, zelfs het enige toegestane bijenras voor de teelt. De hoge honingopbrengsten zijn niet de enige reden voor haar populariteit. Door decennialange gerichte fok is de Carnica uitgegroeid tot een zachtaardige en vredelievende bij die grote, ijverige volken vormt. Uiterlijk is zij goed herkenbaar aan haar bruinige lichaam met typische donkere ringen en fijne beharing.
De Buckfastbij
Op de populariteitslijst van honingbijen staat de Buckfastbij direct achter de Carnica. Nadat de donkere Europese bij ooit bijna was uitgeroeid door een besmetting met tracheemijten, werden enkele van haar darren gekruist met Italiaanse bijen. Het resultaat was bijzonder: een uiterst ijverige en robuuste bij die grote volken vormt en bij imkers zeer geliefd is. De Buckfastbij is de enige honingbij die door gerichte kweek is ontstaan.
De Italiaanse bij (Ligustica)
De eerder genoemde Italiaanse bij geldt als specialist in bloesemhoning en is niet voor niets populair bij imkers over de hele wereld. Ondanks haar ijver heeft zij zich in Duitsland nog niet echt kunnen vestigen. Dat komt waarschijnlijk doordat veel imkers liever vertrouwen op bijenrassen die zich in het verleden al als bijzonder robuust hebben bewezen. Toch verdient de Italiaanse bij vermelding: als zwermlustige en meestal zachtaardige honingproducent is zij zeker het overwegen waard.
Wie door deze grote verscheidenheid niet weet voor welk bijenvolk hij moet kiezen, staat daarin beslist niet alleen. Alle genoemde bijenrassen zijn uniek en beschikken over bijzondere eigenschappen. Als imker is het daarom verstandig om vooraf te bepalen welke eigenschappen men zelf het belangrijkst vindt bij zijn bijen.