Uiterlijk in februari en maart krijgt iedere imker van zijn bijenvolken terugkoppeling of de zomer- en winterbehandeling tegen de varroamijt in het afgelopen jaar doeltreffend is geweest. Wanneer de volken sterk zijn ingewinterd en de behandeling tegen de hardnekkige varroamijt succesvol was, zouden de bijenvolken zich na de overwintering in een goede conditie moeten presenteren. Deze volken zullen de eerste warme, zonnige dagen met geschikt vliegweer benutten om te beginnen met het broedproces. In het huidige blogartikel willen wij toelichten waar u bij het uitwinteren op moet letten. Daarnaast geven wij u tips voor het uitwinteren van bijen en hoe u om kunt gaan met mogelijke winterverliezen, zodat u van gemaakte fouten kunt leren. Het doel moet zijn om in de komende winter de verliezen van bijenvolken aanzienlijk te verminderen.
Winterverliezen nu compenseren met vitale kunstzwermen van bijen
Voordat wij ingaan op de afzonderlijke stappen van het uitwinteren, willen wij u erop wijzen dat u via ons vitale kunstzwermen kunt kopen. Onze kunstzwermen zijn al vroeg in het jaar beschikbaar en zijn daardoor zowel geschikt als vervanging voor gestorven bijenvolken als voor een start met de imkerij. Vanaf eind maart tot begin april van ieder jaar starten onze bijenleveringen. Via onze webshop kunt u kunstzwermen bestellen met bevruchte koninginnen van de rassen Carnica, Buckfast, Ligustica en de donkere bij (Apis mellifera mellifera). Naast standbevruchte koninginnen vindt u in onze shop ook bevruchte koninginnen van bevruchtingsstations en eilandbevruchtingsstations. Bij vragen over de keuze van een passend aanbod staan wij u uiteraard per e-mail en telefoon ter beschikking. Mocht u liever een bijenaflegger willen kopen, dan vindt u via onze website eveneens bijenafleggers in uiteenlopende raamformaten. Wij bieden bijenafleggers in DN, Zander, Zander 1,5, Dadant US, Dadant Blatt en Langstroth en kunnen hiermee vrijwel iedere klantenwens vervullen.
Eerste grotere werkzaamheden aan het bijenvolk in het nieuwe jaar
Door de eerste warme dagen zouden de bijen inmiddels hun eerste reinigingsvluchten hebben uitgevoerd en met de broedactiviteit zijn begonnen. Een teken van broedactiviteit is de aanvoer van pollen, waarbij vooral els, hazelaar, populier, wilg, iep en es in deze periode betrouwbare pollenleveranciers zijn. Een goede voorziening van pollen en nectar moet bij de keuze van de standplaats prioriteit hebben. Bij pollentekort kan het zinvol zijn zelf een pollenvoerdeeg voor bijen te bereiden of gebruik te maken van voerdeeg uit de vakhandel. Dit deeg kunt u eenvoudig op de raamdragers leggen, waarna de bijen het voer snel opnemen.
Wanneer is het juiste moment om muizenroosters van de kasten te verwijderen?
Nu is het tijd om de hopelijk aangebrachte muizenroosters van uw bijenkasten te verwijderen. Mocht u tot nu toe geen muizenroosters hebben gebruikt, dan raden wij u aan deze vanaf de komende winter toe te passen. Hoewel een muis niet door een vliegopeningwig past, kunnen muizen met hun scherpe knaagtanden de vliegopening beschadigen en zich zo toegang tot de kast verschaffen. Een dergelijke muizenplaag kan leiden tot meer onrust in de wintertros, wat een verhoogd voerverbruik tot gevolg kan hebben. Bij niet sterk ingewinterde of reeds verzwakte bijenvolken kan muizenoverlast zelfs de oorzaak zijn van het afsterven van een volk.
Reinig de kastbodem grondig
In het ideale geval beschikt u voor de reiniging van de kastbodem over een reeds schoongemaakte reservebodem en wisselt u de bodems om. Vervolgens kunt u de oude kastbodem met een borstel ontdoen van dode bijen en controleren op beschadigingen. Vooral bodems met een roosterinzet kunnen na verloop van tijd schade vertonen, bijvoorbeeld wanneer het rooster loslaat. Met een handtacker is dit probleem doorgaans snel verholpen en is de kastbodem weer klaar voor verder gebruik. Hoewel de gangbare leer in de imkerij de afgelopen decennia neigt naar een het hele jaar door open roosterbodem, sluiten wij bij het uitwinteren van de bijenvolken de bodem gedeeltelijk af. Hiervoor gebruiken wij bijvoorbeeld bij Dadant-kasten een op maat gesneden houten plaat, een zogenaamd warmtebord van dun multiplex van enkele millimeters dik, dat wij op de roosterbodem leggen. Belangrijk is dat het warmtebord niet de volledige bodem afdekt, maar maximaal 80 tot 90 procent van het bodemoppervlak. Omdat het warmtebord voor de bijen beloopbaar is, wordt het ook door de bijen gereinigd, zodat u hier geen extra werk aan heeft. Als alternatief kunt u ook de varroalade gebruiken voor warmte-isolatie van de bodem. Let er dan wel op dat u de varroalade regelmatig reinigt. Wanneer de lade niet regelmatig wordt schoongemaakt, wordt deze na verloop van tijd een aantrekkingspunt voor diverse insecten, van mieren tot waxmotten, die zich voeden met afgevallen was- of pollenresten.
.jpg)
Het gewicht van de bijenvolken controleren – belangrijke tips
Zelfs ervaren imkers kan het in februari en tot in maart nog overkomen dat bijenvolken verhongeren. Vooral wanneer de winter niet bijzonder koud was, verbruikt het bijenvolk aanzienlijk meer voer. Wanneer de imker zich dan baseert op eerdere ervaringen, kan het gebeuren dat de volken in februari of maart geen voervoorradenmeer hebben. Daarom dient u bij het uitwinteren ook de voerstatus goed in de gaten te houden. Zo kunt u bijvoorbeeld de bijenvolken in de herfst na het inwinteren wegen en deze waarde vergelijken met het gewicht bij het uitwinteren. Om zeker te zijn van een voldoende voervoorraad, zou in februari in een productief volk nog minimaal acht kilogram bijenvoer aanwezig moeten zijn. Vaak verschillen de voervoorraden sterk per bijenvolk, waardoor het mogelijk is om bijenvrije voerramen tussen volken uit te wisselen. Beschikt u niet over voerramen, dan kunt u direct bij de bijenstand bijvoeren met voerdeeg, voersiroop of suikerwater. Bij sterke volken adviseren wij het gebruik van bijenvoerdeeg. Bij zwakkere bijenvolken is het beter om voersiroop of suikerwater te gebruiken. Voer in kleine hoeveelheden van één tot twee kilogram per voerbeurt. U zult snel gevoel krijgen voor de snelheid waarmee deze vorm van noodvoeding in het voorjaar voor bijen wordt opgenomen. Om deze problematiek in het volgende jaar te voorkomen, dient u bij de volgende winterinvoer voldoende bijenvoer te verstrekken. Voer liever twee tot drie kilo meer; zo voorkomt u in het voorjaar zorgen over onvoldoende voervoorraad. Overtollige voerramen kunt u in het voorjaar gebruiken bij de vorming van afleggers en bespaart u zo het gebruik van andere voedermiddelen.
Hoe ga ik om met winterverliezen bij bijenvolken?
Ongeacht of u beginner bent of al een gevorderde imker, komen er helaas in de winter telkens weer verliezen voor die nauwelijks volledig te voorkomen zijn. Het kan gebeuren dat een bijenvolk sterft, ondanks een zorgvuldige varroabehandeling en voldoende wintervoer. Toch is het belangrijk om ook in zulke gevallen te analyseren waarom een bijenvolk is gestorven. Op de lange termijn biedt dit de mogelijkheid om een waardevolle ervaringsbasis op te bouwen.
Wanneer u het gestorven volk opent, dient u in eerste instantie te beoordelen hoeveel dode bijen zich nog op de raten en op de kastbodem bevinden. Wanneer er aanzienlijk minder dan 1000 bijen in de kast aanwezig zijn, kan dit een eerste aanwijzing zijn voor varroaschade. Vervolgens is het aan u om zowel de mogelijke broedoppervlakken als de dode bijen op mijten te onderzoeken. Verdere aanwijzingen voor sterfte door varroose zijn uitwerpselen van de varroamijt op de raten, misvormde bijen en opgeruimde poppen. De uitwerpselen van varroamijten zijn vaak te herkennen aan de celwanden van broedcellen in de vorm van witte vlekken. Om de celwanden optimaal te kunnen inspecteren, kunt u het raam iets kantelen zodat u vanuit verschillende hoeken in de cellen kunt kijken. Voor een definitieve beoordeling kan het zinvol zijn een ervaren imker om advies te vragen. Deze kan u helpen bij de analyse en waardevolle tips geven. Varroose en de daarmee samenhangende secundaire aandoeningen zoals virussen zijn de belangrijkste oorzaak van winterverliezen. Dit betekent voor de imker dat de varroabehandeling kritisch moet worden geëvalueerd en dat er regelmatig een controle van de mijtenval op de varroalade moet plaatsvinden. Tevens is het aan te raden om aanvullende kennis op te doen via vakliteratuur, cursussen over bijenziekten of instructievideo’s van bijeninstituten.

In de meeste imkerverenigingen is een bijengezondheidsadviseur (BSV) aanwezig die u graag ondersteunt bij vragen rondom bijenziekten. Wanneer er meer dan 1000 dode bijen in de kast worden aangetroffen, wordt de analyse en het vaststellen van de doodsoorzaak complexer. Mogelijke oorzaken kunnen zijn:
- Er was geen voer meer aanwezig en de bijen zijn verhongerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer in de herfst onvoldoende voer is gegeven of het bijenvolk slachtoffer is geworden van roof. Ook verstoringen door bijvoorbeeld muizen of spechten kunnen leiden tot een verhoogd voerverbruik.
- Vooral bij kleinere volken is ook een voeronderbreking denkbaar. Bij zeer lage temperaturen trekken de bijen zich strak samen, waardoor het voer niet meer bereikbaar is. In mijn eigen imkerloopbaan heb ik meegemaakt dat volken zijn verhongerd terwijl er nog meerdere kilo’s voer aanwezig waren.
- Het is ook mogelijk dat de koningin reeds in de herfst is gestorven, waardoor er onvoldoende winterbijen zijn uitgebroed. Het volk wordt dan onvermijdelijk darrenbroedig, wat bijvoorbeeld te herkennen is aan de aanwezigheid van darren in de winter en sterk bobbelig uitgebouwde raten.
Zoals u ziet kunnen de oorzaken zeer uiteenlopend zijn, waarbij – zoals reeds vermeld – varroose de belangrijkste reden is voor winterverliezen van bijenvolken.
Hoe kunnen winterverliezen bij bijenvolken worden voorkomen?
Zoals reeds vermeld kunnen er ondanks uitstekende nazomerverzorging en optimale varroabehandeling toch winterverliezen optreden. Deze kunnen echter worden teruggebracht tot een zeer laag percentage in de enkelcijferige range. Hiervoor is het essentieel dat de imker de varroabehandeling optimaliseert en consequent uitvoert. Ik raad beginnende imkers dringend af om volken individueel verschillend te behandelen tegen de varroamijt. Behandel liever elk volk consequent met dezelfde zorg en intensiteit. Welke methode u daarbij gebruikt is van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is dat u zowel een zomerbehandeling, eventueel een nazomerbehandeling en een winterbehandeling tegen varroa uitvoert. Wissel ervaringen uit met andere imkers en maak gebruik van bijeenkomsten van de imkervereniging om vragen te stellen. Naast theoretische kennis is het zeer belangrijk om praktische ervaring op te doen.

Hoe meer behandelingen u hebt uitgevoerd en hoe meer bijenvolken u hebt gezien, des te sneller ontwikkelt u een gevoel voor de conditie van de volken die u controleert. Helaas komt het nog steeds voor dat veel te kleine volkeenheden van 2500 bijen of minder worden ingewinterd. Hoe kleiner het bijenvolk, hoe groter de kans dat het de winter niet overleeft. Daarom is het aan te raden om kleine eenheden in de herfst samen te voegen, zodat bijenvolken van meer dan 5000 bijen ontstaan. Om een beter beeld te krijgen van de bijenpopulatie is het zinvol een populatieschatting uit te voeren. Een Zander-raam kunt u bijvoorbeeld in acht even grote rechthoeken verdelen. Elk volledig met bijen bezet vlak komt dan overeen met 125 bijen. Later in het jaar zullen wij in een van de komende maandbeschouwingen nader ingaan op de mogelijkheden van populatieschatting. Met enige oefening zal het bepalen van de volksterkte u gemakkelijk afgaan. Deze volken kunnen bij een lage varroabesmetting goed overwinteren en leveren het volgende jaar sterke productievolken op. Ik raad nadrukkelijk aan om zwakke volken niet te blijven oplappen. Afleggers die zich gedurende de zomer niet goed hebben ontwikkeld, dienen niet te worden getolereerd maar uiteindelijk te worden opgeheven. U investeert veel tijd in dergelijke bijenvolken zonder meerwaarde te creëren. Sterker nog, zieke en zwakke afleggers vormen een risico voor alle andere bijenvolken op de stand, en dat is het redden van één zwak volk niet waard.
Let op hoogwaardige en vitale bijenkoninginnen
Let ook op de kwaliteit van uw bijenkoninginnen. Ga hierin geen compromissen aan en vervang koninginnen bij afnemende eileg of sterke zwermneiging. Wij bieden in onze webshop gedurende het hele seizoen van maart tot september bijenkoninginnen van verschillende herkomsten en bevruchtingsvormen aan. Laat u bij twijfel gerust door ons adviseren per e-mail of telefoon, zodat wij u individueel een passende koningin kunnen aanbevelen. Vanwege mogelijke winterverliezen is het aan te raden om, afhankelijk van het aantal volken, ook enkele reservevolken in te winteren om eventuele verliezen te kunnen opvangen. Wilt u geen eigen bijenafleggers vormen, dan kunt u via ons ook bijenafleggers kopen, die wij in verschillende raamformaten op voorraad hebben. Hiermee kunt u vervolgens sterke productievolken voor het volgende bijenjaar opbouwen.
Afbeeldingsvermelding: Juice Flair / shutterstock.com