Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de zoekopdracht Ga naar de hoofdnavigatie
 
Actuele aanbiedingen en acties
Wist je dat al? Nu ook betaling op rekening mogelijk

20-08-2024

Wachsplatte

Met de juiste wasplaat naar succes

Gegoten of gewalste wasplaten – welke variant is praktischer?

Bij wasplaten zijn er twee varianten: gegoten wasplaten en gewalste wasplaten. Beide varianten hebben zowel voordelen als nadelen. In de productie zijn er fundamentele verschillen waarin beide typen van elkaar afwijken. Bij gewalste wasplaten krijgt het was een zeer soepele en vormbare structuur, wat de bijen ten goede komt. Bij gegoten wasplaten wordt er juist zeer nauwkeurig op gelet dat de structuur aan beide zijden exact gelijk en consistent is.

Gegoten modellen zijn doorgaans dikker uitgevoerd, wat echter niet betekent dat ze daardoor stabieler of duurzamer zijn. Ze hebben helaas het nadeel dat ze bij lagere temperaturen veel sneller kunnen breken dan gewalste modellen. Vaak wordt aangenomen dat aan het was van gegoten platen iets wordt toegevoegd om het elastischer te maken, maar dat is niet het geval. De elasticiteit en vormbaarheid zijn uitsluitend het gevolg van de productiemethode. Daardoor kunnen gewalste wasplaten ook aanzienlijk dunner worden geproduceerd.

Wat de dikte van de kunstraten betreft, werd lange tijd aangenomen dat gegoten platen in het voorjaar een garantie waren voor een snelle raatbouw. Dikkere platen besparen de bijen namelijk veel energie bij de wasproductie. In de natuur maken bijen echter geen kunstraten, maar bouwen zij direct cellen. Daarom proberen bijen vaak kunstraten om te vormen tot stabiele raten. Is een gewalste plaat uit voldoende was gemaakt, dan is deze voor de imker eenvoudiger te hanteren en biedt zij de bijen duidelijk meer stabiliteit. Kunstraten mogen dus nooit te dun worden gekozen, omdat de bijen deze anders steeds moeten versterken.

Gegoten of gewalst?

Steeds vaker stellen imkers zich de vraag of kunstraten beter gegoten of gewalst kunnen zijn – en welke variant de bijenvolken het meest ondersteunt. Hierop is geen eenduidig antwoord te geven. Beide varianten hebben hun eigen voor- en nadelen. Is een imker onzeker, dan is het raadzaam zich vooraf goed te informeren over beide opties. Een andere mogelijkheid is advies in te winnen bij een vakhandel of een lokale imkervereniging. Interessant is vooral om te weten waarin de productiemethoden van elkaar verschillen.

De gegoten kunstraat

Bij een gegoten kunstraat wordt vloeibaar was in een gietvorm gegoten. Deze vorm bestaat meestal uit twee reliëfwalsen die horizontaal achter elkaar liggen. De walsen worden tijdens het proces met water gekoeld, waardoor het was kan uitharden en zijn vorm krijgt. De ontstane wasbaan krijgt direct de gewenste celstructuur. Deze kan in principe worden aangepast aan de wensen van de imker. De celmaat bedraagt doorgaans 5,4 millimeter. Het was in gegoten kunstraten wordt niet verdicht, wat ten koste gaat van de elasticiteit. In vergelijking met gewalste kunstraten zijn ze daardoor minder elastisch.

Een gegoten kunstraat wordt door de bijen sneller uitgebouwd. Bij warme temperaturen gaan deze niet golven. Een nadeel is echter dat ze bij lage temperaturen relatief snel kunnen breken. Daartegenover staat het voordeel van zeer nauwkeurige randen en celstructuren. Het is daarbij uiterst belangrijk dat de reliëfwalsen exact zijn afgesteld, zodat een perfect raatpatroon ontstaat. Wat de dikte betreft, zijn gegoten kunstraten iets dunner dan gewalste varianten.

De gewalste kunstraat

Ook bij de gewalste variant wordt vloeibaar was gebruikt. Het vloeibare was wordt verwerkt tot een zogenoemde wasband met een dikte tot vier millimeter. Pas daarna worden reliëfwalsen ingezet. Het was is daarbij nog steeds warm. De walsen bepalen vervolgens de dikte, die variabel en individueel kan zijn. Meestal gelden de volgende maten:

• 4,8 millimeter

• 5,1 millimeter

• 5,4 millimeter

• 6,3 millimeter

Na het walsen wordt de wasband uit de walsen getrokken en op de gewenste breedte en lengte gesneden. De platen worden gestapeld, waardoor een dubbele verdichting ontstaat. Dit levert een belangrijk voordeel op: de kunstraat wordt duidelijk elastischer en dikker dan een gegoten variant. De randen en sneden zijn uiterst precies. Gewalste kunstraten zijn zeer duurzaam en breken zelfs bij koude temperaturen vrijwel niet. Bij hitte kan de structuur wel iets gaan golven, wat echter slechts een optisch nadeel is.

Conclusie over de productiemethoden

De productiemethoden verschillen duidelijk van elkaar. Hieruit volgen de kenmerken van de verschillende varianten:

Gegoten kunstraten: Bij de productie wordt vloeibaar was in een vorm gegoten die lijkt op een wafelijzer. Deze vorm roteert en de walsen worden tijdens het proces gekoeld. Zo ontstaat het typische raatpatroon. De gegoten variant heeft uitstekende eigenschappen.

• Een gegoten kunstraat is altijd dikker dan een gewalste variant

• Bij lage temperaturen kunnen ze gemakkelijker breken

• Gegoten kunstraten zijn eenvoudiger te vormen dan gewalste modellen

• Daardoor zijn ze ook voor hobby-imkers eenvoudig in gebruik en hantering

Gewalste kunstraten: deze variant wordt machinaal geproduceerd uit een dikke wasband. Deze wordt op de juiste dikte gebracht en vervolgens voorzien van een raatpatroon. Ook hier gelden typische eigenschappen:

• Deze modellen zijn zeer elastisch en daardoor prettig in gebruik.

• Gewalste kunstraten zijn dunner, omdat ze machinaal worden vervaardigd en slanker kunnen worden verwerkt.

• Bijen bouwen direct cellen.

De gewalste raatbouw heeft echter ook een nadeel dat elke imker moet kennen:

• In een warm bijenvolk kunnen deze kunstraten zich relatief snel vervormen.

Zoals duidelijk wordt, hebben beide varianten hun voor- en nadelen. Uiteindelijk moet de imker zijn eigen behoeften en eisen kennen, want daarvan hangt de juiste keuze af. Gewalste modellen zijn flexibel en efficiënt voor natuurlijke raatbouw. De gegoten variant is over het algemeen eenvoudiger in gebruik.