De donkere bij in de imkerij
De Apis mellifera – beter bekend als de donkere bij – was ongeveer 10.000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd, de enige honingbij in Midden-, Noordoost- en Noord-Europa. Zij leefde als wilde bij van Siberië tot Frankrijk, bij voorkeur in bossen. Het ras van de donkere bij is een van nature ontstane ondersoort van alle westelijke honingbijen.
Imkers uit vroegere tijden boden deze volken zogenoemde stülperkorven aan, die sterk lijken op natuurlijke raatbouw en uitstekende omstandigheden boden.
Kijkt men naar de 19e eeuw, dan begon vanaf de tweede helft het kruisen van bijenrassen – met name oostelijke en zuidelijke rassen. In 1937 werd uit Karinthië (Oostenrijk) voor het eerst Apis mellifera carnica geïmporteerd. Het ging toen om vele duizenden koninginnen. Dit had tot gevolg dat de donkere bij bijna volledig werd verdrongen. Sinds de Tweede Wereldoorlog moet helaas worden vastgesteld dat de donkere bij in Duitsland vrijwel is uitgestorven.
De duidelijke kenmerken van de donkere bij die haar van andere onderscheiden:
· Het achterlijf is stomp en afgerond
· Donker met nauwelijks zichtbare gele tekening
· Basiskleur is donker met weinig opvallende en smalle viltbanden
- Het lichaam is breed en groot
- Beschikt over een zwart chitinepantser
- De tong is relatief kort
De donkere bij heeft vele namen
Apis mellifera is de officiële wetenschappelijke benaming. Daarnaast bestaan er tal van andere namen voor de donkere bij, die meestal niet officieel erkend zijn. Onder andere:
- Zwarte bij
- Donkere bij
- Heidebij
- Noordbij
- Nigra
- Landbij
- Mellifera
Beweringen en geruchten rond de donkere bij
De donkere bij wordt nog steeds vaak afgeschilderd als gevaarlijk en zeer steeklustig. Dit is inmiddels weerlegd en blijkt een hardnekkig gerucht te zijn. In werkelijkheid is de donkere bij zachtaardig en goedaardig. Tegen indringers kan zij zich echter goed verdedigen. Wanneer wespen of hoornaars te dichtbij komen, weet zij zich effectief te weren. De vliegopening wordt altijd goed bewaakt en beschermd.
Wat kan de mens doen voor de donkere bij?
In Duitsland wordt helaas nog steeds te weinig gedaan om de donkere bij raszuiver te behouden. Er zijn slechts enkele paar bevruchtingsstations, wat duidelijk onvoldoende is. Hierdoor behoort dit ras tot de bedreigde soorten.
Kan de raszuiverheid van de donkere bij worden vastgesteld?
Voor het bepalen van de raszuiverheid wordt gebruikgemaakt van morfologische tests. Daarbij worden binnen een volk bij meerdere bijen de vleugels gemeten met behulp van speciale software. Aan de hand van referentiewaarden kan vervolgens de zuiverheid van het volk worden vastgesteld. Doorslaggevend zijn hierbij de hamulusindex, de cubitaalindex en de discoïdale verschuiving. Zo kan hybridisatie worden herkend.
Genetisch onderzoek wordt als minder betrouwbaar beschouwd voor raszuiverheid, maar is wel zeer geschikt voor andere onderzoeken, zoals evolutionair onderzoek. Met DNA- en mitochondriaal onderzoek kan de oorsprong van de bij worden bepaald. Hierdoor zijn de volgende ondersoorten vastgesteld:
- Haplotype A
- Haplotype O
- Haplotype M
- Haplotype C
Een andere analysemethode is microsatellietonderzoek. Hierbij wordt met behulp van genetisch materiaal en biochemische technieken gezocht naar DNA-markers.
De donkere bij en haar kenmerken
De donkere bij – Apis mellifera – is een oorspronkelijk inheemse Duitse honingbijensoort. Met donkere bijenkoninginnen wordt alleen gefokt wanneer vleugelonderzoek 100 procent raszuiverheid heeft aangetoond. Deze bijensoort bezit veel waardevolle eigenschappen die haar zeer interessant maken voor imkers. In de vorige eeuw werd zij steeds verder verdrongen door de Carnica-bij, die intensief werd doorgefokt.
De uitstekende eigenschappen van de donkere bij
Winterhard:
De donkere bij is uiterst winterhard en kan strenge winters probleemloos doorstaan. Dit komt doordat zij een zeer compacte wintertros vormt. Daarnaast wordt er een broedpauze ingelast, wat de bijen beschermt en minder gevoelig maakt voor ziekten en extra voer bespaart.
Lange levensduur:
De donkere bij heeft een lange levensduur. Winterbijen leven vaak tot ver in het voorjaar en zijn soms zelfs in de zomer nog actief. Dit levert een groot voordeel op voor de honingopbrengst.
Vlieggedrag:
De donkere kleur biedt een belangrijk voordeel, omdat de bij al vroeg in het voorjaar de eerste zonnestralen optimaal benut en vroeg begint met nectar verzamelen. Daarnaast behoort de donkere bij tot de meest uithoudingsvermogen sterke bijen en vliegt zij verder dan andere rassen.
Uitgesproken zuinigheid:
De donkere bij is zeer zuinig. De broedontwikkeling volgt altijd de nectarstroom, wat betekent dat zij minder voer verbruikt dan andere bijenrassen. Dit resulteert in lagere voerkosten en een hogere honingopbrengst.
De ontwikkeling van het volk:
Volken van de donkere bij zijn doorgaans iets kleiner en ontwikkelen zich langzamer. Dit wordt echter ruimschoots gecompenseerd door hun lange levensduur, sterke vliegprestaties en zuinigheid. Zelfs in slechte jaren kan de donkere bij vaak een hogere opbrengst leveren dan andere honingbijen.
Karaktereigenschappen:
De donkere bij is uniek in het verzamelen van stuifmeel. Terwijl andere bijen het stuifmeel boven het broednest opslaan, legt de donkere bij een ring van stuifmeel rondom het hele broednest. Het temperament kan variëren: meestal is zij zachtaardig, maar bij gevaar kan zij fel verdedigen. Daarnaast staat zij bekend als een uitstekende verzamelaar van propolis.
Raathouding:
Apis mellifera is ook te herkennen aan haar raathouding. Zij is raatschuw, wat betekent dat zij van de raat wegvlucht in plaats van erop te blijven zitten. Dit vormt echter geen nadeel, aangezien de donkere bij hiermee heeft leren omgaan.